GUM 02b Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 02b Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 02b Antwoorden op de Bespreekpunten

GUM 02b Antwoorden op de Bespreekpunten

Op deze pagina, GUM 02b Antwoorden op de bespreekpunten, kan je de mogelijke antwoorden vinden die, op de vragen van studie pagina GUM 02b Opbenbaring 2:12-3:6, staan aangegeven als bespreekpunten voor groepen. Heb je vragen mail dan naar Hans: gum@bgimmanuel.nl

Deze gesprekspunten staan in onderstaande tabel achtereenvolgend genummerd vanaf 1, 2 etc. De punten kan je zien als een korte samenvatting van delen in de studie, zoals die achtereenvolgend aan de orde komen. De antwoorden zijn dan ook praktisch de volledige teksten, die in de studie worden uitgesproken. De toegevoegde tekeningen zijn bedoeld als referentie punten in deze studie.

 

GUM 02b Antwoorden op de bespreekpunten van het studiedeel: Openbaring 2:12-3:6
GUM 02b Antwoorden
bespreekpunten nummer
Inhoud van de te besprekenpunten en mogelijke antwoorden
1 Hoe heten de derde, vierde en vijfde brief van de Heer en voor wie zijn deze brieven bestemd?

Antwoord:
Deze drie brieven zijn gericht aan de gemeente te Pergamum, Thyatira en Sardes.
De brieven zijn voor de volgende mensen bedoeld:
1. In de eerste plaats is de brief bestemd voor de gemeenten waaraan zij is gericht dat was dus ten tijde van Johannes.
2. In de tweede plaats gelden ze voor de hele Christelijke kerk, zowel ten tijde van Johannes als daarna.
3. In de derde plaats lijken ze ook karakteristiek te zijn voor de elkaar opvolgende perioden in de kerkgeschiedenis.
4. Tenslotte richten zij zich tot iedere gelovige, die zijn of haar eigen geestelijk leven in de brieven weerspiegeld ziet.

2
Openbaring 2-3 Overzicht Kerk 5 brieven

Openbaring 2-3 Overzicht Kerk 5 brieven

Elke brief heeft een kenmerk. Kan jij de kenmerken noemen van de derde, vierde en vijde brief?

Antwoord:
Het kenmerk voor de derde brief aan de gemeente te Pergamum is: Vermenging
Het kenmerk voor de vierde brief aan de gemeente te Thyatira is: Verontreiniging
Het kenmerk voor de vijfde brief aan de gemeente te Sardes: Verzuim

3

Waarom toont de Heer in de brief aan Pergamum een tweesnijdend scherp zwaard?

Antwoord:
De Heer vraagt van zijn dienstknechten, dat zij het woord der waarheid recht snijden. Dat woord van God wordt ook wel het zwaard des Geestes genoemd. Dat tweesnijdende scherpe zwaard heeft Jezus en als Hij dat toont aan de gemeente te Pergamum dan wijst dat erop dat het Woord daar niet juist wordt gehanteerd, hoewel niet alles in de gemeente is af te keuren. In 2 Tim. 2:15 worden de dienstknechten door Paulus ook aangemaand om het woord der waarheid recht te snijden. Kijk zelf maar wat er staat in 2 Tim. 2:15.

4 Wie had er in Smyrna een synagoge en waar had hij zijn troon staan?

Antwoord:
Satan had in Smyrna een synagoge (Opb 2:9) en zijn troon stond in Pergamum (Opb 2:13). Later zullen we zien waar deze troon naar verhuisde.

5

Opnieuw wordt gesproken in de derde brief over de Nicoalaiten. Hoe ver hebben zij het hier geschopt?

Antwoord:
De leer van de Nicolaieten zijn we al eerder tegengekomen in de gemeente te Efeze, waar de aanhangers daarvan trachten in de gemeente binnen te komen. In Pergamum zien we dat het Nicolaitisme zelfs tot een gevestigde leer is geworden.

6

Waarom openbaarde de Heer zich in de gemeente Thyatira met ogen als een vuurvlam en voeten als koperbrons?

Antwoord:
Zijn ogen zijn als een vuurvlam geeft aan dat Hij nauwkeurige kennis heeft van de gemeente. Zijn ogen doordringen alles en zien alles, zodat, dat wat Hij gaat verkondigen, gebaseerd is op een volmaakt inzicht. Hij ziet de diepte van de duisternis; Hij leest de diepste geheimen; Hij onderkent de diepten van satan. Zijn voeten zijn als koperbrons en wat Zijn ogen aan onrecht ziet zullen zijn voeten oordelend vertreden. Lees zelf wat Hij ziet in Opb. 2:20-23.

7

Welke kenmerken had de vrouw Izebel lees Opb. 2:20 en 1 Kon. 16, 18 en 21 en 2 Kon. 9:22,30?

Antwoord:
Het onrecht dat de Heer zag, was het aanwezig zijn in deze gemeente van de vrouw Izebel. Deze vrouw leek in haar verschijning en optreden sprekend op de gelijknamige vrouw die we eerder in de Bijbel zijn tegenkomen. Zij was de vrouw van koning Achab van Israël, die haar man en zijn volk zover wist te brengen dat zij de afgod Baäl gingen dienen (1 Kon. 16:31; 2 Kon. 9:22,30). Zij hield zich bezig met hoererijen en afgodenrijen. De Izebel van Thyatira doet precies hetzelfde: ze doet zich voor als een geestelijke vrouw, ja zelfs als profetes, maar van uit haar zogenaamde geestelijkheid leert en verleidt zij anderen om te hoereren en afgodenoffers te eten. Hoeveel mensen zijn er ook in deze tijd, die met zogenaamde vroomheid grote indruk op wankele zielen maken, maar wier leven tegengesteld is aan de principes van Gods woord en die anderen daarin meeslepen. De Heer waarschuwt hen in de aankondiging in vers 22: want Ik breng hen in grote verdrukking.

8

Gelukkig is niet heel de gemeente Thyatira zo als in vraag 6. Degenen, die niet met deze wereldse levenswijze meedoen krijgen de opmerking van de Heer om vast te houden wat ze hebben. Waar is dat een verwijzing naar?

Antwoord:
Dat is mogelijk een verwijzing naar de laatste tijd “totdat Ik gekomen ben”; “tot het einde toe”. Zou dit erop duiden dat de toestand van Thyatira symptomatisch is voor de kerk van de laatse tijd? Temeer een reden om waakzaam te zijn! Er zijn zelfs mensen in vers 24 die de diepte van satan hebben leren kennen. De gedachte was dat door het kennen van de diepte van satan men daardoor beter de genade van Christus in de vergeving van onze zonden zou kunnen begrijpen en kennen.

9

Welke tegenstelling zie je in de brief aan Smyrna en Sardes?

Antwoord:
Een verbazingwekkende tegenstelling zien we hier in de brief aan Sardes en de brief aan Smyrna. In de brief aan Smyrna openbaarde de Heer zichzelf als degene die dood was en levend is geworden, maar in de brief aan Sardes spreekt de Heer tot de gemeente en zegt dat de gemeente de naam heeft dat zij leeft maar zij is dood. Zo zijn er meer kerken, die de naam gemeente dragen, maar waar weinig te bemerken is van de aanwezigheid van de zeven Geesten Gods. Tussen twee haakjes die zeven Geesten Gods hebben we eerder behandeld in deel 1 en kan je vinden in Jes. 11:2.

10

Hoe kan je zien in de brief aan Sardes dat de Heer probeert de voorganger van de gemeente op zijn plichten te wijzen?

Antwoord:
De Heer probeert de voorganger van de gemeente op zijn plichten te wijzen, door hem erbij te betrekken met de woorden “die de zeven sterren heeft” in vers 1. Hij probeert hem en de gemeente wakker te schudden door te zeggen Wees waakzaam. Het is ernstig als de Heer moet zeggen in vers 2 “Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God“.

11
Openbaring 2-3 Overzicht gemeente 5 brieven

Openbaring 2-3 Overzicht gemeente 5 brieven

In welke brieven, die wij behandeld hebben, vind je eerst dat wat de Geest zegt en daarna de belofte?

Antwoord:
In de brief aan Epheze Opb 2:7,
In de brief aan Smyrna Opb 2:11 en
In de brief aan Pergamum Opb 2:17

12

In welke brieven zie je een omslagpunt waar de Heer eerst de belofte geeft en daarna dat wat de Geest zegt?

Antwoord:
In de brief aan Thyatira Opb 2:26-29 en
In de brief aan Sardes Opb 3:5-6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden van veel van deze vragen kan je ook vinden op de site van Het Zoeklicht, in het bijzonder de artikelen geschreven door Ds. Theo Niemeijer.