GUM 06 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 06 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 06 Antwoorden op de Bespreekpunten

GUM 06 Antwoorden op de Bespreekpunten

Op deze pagina, GUM 06 Antwoorden op de bespreekpunten, kan je de mogelijke antwoorden vinden die, op de vragen van studie pagina GUM 06 Openbaring 6  opening eerste zes zegels, staan aangegeven als bespreekpunten voor groepen. Heb je vragen mail dan naar Hans: gum@bgimmanuel.nl

Terug naar hoofdmenu van Bijbelonderzoek

Terug naar hoofdmenu van Bijbelonderzoek

Deze gesprekspunten staan in onderstaande tabel achtereenvolgend genummerd vanaf 1, 2 etc. De punten kan je zien als een korte samenvatting van delen in de studie, zoals die achtereenvolgend aan de orde komen. De antwoorden zijn dan ook praktisch de volledige teksten, die in de studie worden uitgesproken. De toegevoegde tekeningen zijn bedoeld als referentie punten in deze studie.

 

GUM 06 Antwoorden op de bespreekpunten van het studiedeel: Openbaring 5 Boekrol
GUM 06 bespreekp.
nummer
Inhoud van de te besprekenpunten en mogelijke antwoorden
1
Openbaring 6 Opening eerste zegel

Openbaring 6 Opening eerste zegel

Wie neemt in Opb 6:1-8 het initiatief bij het openen van het eerste zegel?

Antwoord:
Opnieuw zien we hier, dat de Here Jezus het initiatief neemt. In vers 1 opent het Lam het eerste zegel. Een donderende stem van één van de vier levende wezens geeft het startschot voor de grootste zuiveringsactie van alle tijden. We hebben die levende wezens al eerder in hoofdstuk 4 besproken.

2

Wie zijn de berijders van die vier paarden?

Antwoord:
Deze vier paarden en hun berijders zijn in ieder geval afschrikwekkend, het zijn echt apocalyptische figuren en een bron van inspiratie voor schilders en dichters. Zou het nou echt over letterlijke aardse paarden gaan, waarop overwinnende machthebbers zijn gezeten?
Waarschijnlijk niet, want kijk eens naar de ruiter op het grauwe paard dat is de dood en we weten dat de dood geen persoon is. Waarschijnlijk gaat het om symbolische gedaanten, die ons in fantastische beelden duidelijk willen maken, wat er over de aarde losbarst. Wat wel zeker is dat zij aankondigers zijn van slechte tijden.

3

Wie geeft die vier paarden de macht en is die macht onbegrensd?

Antwoord:
Het is duidelijk dat deze vier `paarden’ geen macht uit zichzelf bezitten. De macht wordt hen door een van die vier `dieren’ verleend zoals staat aangegeven in vers 2, 4 en 8, maar binnen zekere grenzen. Dat is dan ook een selectieve opdracht! Bv. in vers 6 staat: breng de olie en de wijn geen schade toe.
Praktisch gezien lijkt het er op, dat de mens in deze periode bevestigd wordt in zijn vruchteloze pogingen, hetzij door vrede, hetzij door geweld, de orde op aarde te herstellen. Dat maakt misschien ook de verklaring van de ruiter op het eerste paard zo moeilijk. Hij lijkt zo’n vreedzame figuur: een ruiter op een wit paard, die bovendien nog de vrede lijkt te brengen.

4

Is de berijder van het eerste paard een echte vredestichter?

Antwoord:
Let op want bij het tweede zegel wordt die vrede dan alweer weggenomen zoals we kunnen lezen bij vers 4. Velen vragen zich af of die persoon Christus is? Maar Christus wordt nooit afgebeeld met een boog en bovendien komt Hij pas later, op een wit paard gezeten, om te overwinnen.
Maar wie is die ruiter dan? Kan het misschien iemand zijn die Christus wil imiteren, vervalsen, doen alsof hij reeds die komende Christus is? Zijn boog lijkt hem te verraden: hij is niet zo vreedzaam als hij zich voordoet. Het lijkt meer op een gewapende vrede. Het zou ook niet erg in overeenstemming zijn met de volgende drie figuren die allen oordelen en verschrikkingen inhouden. Het is aan te nemen dat die 4 paarden bijelkaar horen en dat de berijders geen vreedzame types zijn.

5

Heb je een mogelijke verklaring waarom de berijder van het eerste paard zoveel discussie geeft bij de Christenen?

Antwoord:
De verleidende kracht van die berijder op dat witte paard zal misschien daarom zo groot zijn opdat niemand hem aanvankelijk herkent. Vermoedelijk zal hij zich aandienen als een plotseling opkomende krachtige politieke figuur, die zich als grote vredestichter zal voordoen. Wellicht zal hij erin slagen om de problemen in het Midden-Oosten op te lossen, waardoor Israël aanvankelijk in rustige wateren komt en zelfs de tempel in Jeruzalem kan worden herbouwd.
Te laat zullen ze ontdekken, dat ze met deze man de duivel zelf hebben binnengehaald. Voor de Joden zal dat moment ongetwijfeld aanbreken als de antichrist het met hun gesloten verbond verbreekt en zij tot hun ontzetting ontdekken dat deze figuur volkomen voldoet aan de beschrijving die hun profeet Daniël in Daniël 9:27 van hem gegeven heeft. Hoe zit dat dan in relatie met 1 Joh 2:18-22. Laten we eerst eens lezen wat er in Dan. 9: 27 staat en daarna in 1 Joh 2:18-23.
Die berijder van het witte paard lijkt op Christus maar het is de antichrist.

6
Openbaring Opening tweede zegel

Openbaring Opening tweede zegel

Wat gebeurt er na de opening van het tweede zegel?

Antwoord:
De opening van het tweede zegel in vers 3 en 4 laat zien wat er werkelijk gaat gebeuren in het boek Openbaring.
De vrede was maar van korte duur. Zoals het met zoveel vredesverdragen hier op aarde is gegaan. Als het rode paard in beweging komt en de ruiter daarop een groot zwaard is gegeven. De mensen worden vervuld met haatgevoelens tegen elkaar.
De situatie doet niet zozeer denken aan oorlogen van land tegen land, maar lijkt eerder op burgeroorlogen, die wij helaas nu al op veel plaatsen in de wereld zien. Het zal echter vele mensenlevens kosten want in vers 4 staat dat het zwaard groot is. Als veel mensen tegen elkaar opstaan en het hele maatschappelijke leven wordt ontwricht, raakt ook de economie uit haar balans; handel, industrie en landbouw worden getroffen en hongersnood is het gevolg.

7
Openbaring 6 Opening derde zegel

Openbaring 6 Opening derde zegel

Wat had de ruiter van het 3de paard in zijn hand en wat betekent dit?

Antwoord:
De derde ruiter in vers 5 had een weegschaal in zijn hand en is de aankondiger van een hongersnood zonder weerga!
Een maat tarwe voor een penning, betekende in Bijbelse tijd dat je daar een dag voor moest werken. Een maatje tarwe was de hoeveelheid voedsel voor één man per dag. Gerst is minder voedzaam en het voedsel voor de mindere man die drie maatjes nodig had.
Als een man een hele dag moet werken om alleen zijn eigen dagrantsoen te kunnen betalen, hoe erg moet de toestand dan voor gezinnen en bejaarden zijn! Alle onheilsprofeten van deze wereld, die steeds roepen dat er wereldwijde hongersnoden zullen komen, zullen dan gelijk krijgen.

8

Aan welk product is er waarschijnlijk geen gebrek en wat zou dat kunnen beteken voor armen en rijken?

Antwoord:
De olie en de wijn in deze periode zijn nog onaangetast. Daar schijnt dus niet onmiddellijk gebrek aan te komen. Al zijn dan ook olie en wijn geen voedingsmiddelen, toch zijn het luxe en genotmiddelen, en het bijzondere van deze zaak ligt erin, dat de rijken, die ook de dure tarwe makkelijk betalen kunnen, hun speciale genotmiddelen verhoudingsgewijs goedkoop krijgen. Naar de mening van sommigen zou dit erop wijzen dat in deze periode de tegenstellingen tussen rijk en arm alleen maar verscherpen.
Overigens helpt dat de rijken niet veel, want even later worden zij toch ook door de gramschap van God getroffen, zoals we kunnen lezen in Opb. 6:15-17.

9
Openbaring 6 Opening vierde zegel

Openbaring 6 Opening vierde zegel

Wie is de berijder van het 4de paard en welke macht wordt hem gegeven?

Antwoord:
Als het vierde zegel wordt geopend, komt er een schrikwekkende ruiter op een schrikwekkend paard aan. Het paard is grauw: de kleur van de dood.
De naam van de ruiter is deze maal genoemd: zijn naam is de dood. Hij heeft zijn grote oogstmachine bij zich: het dodenrijk volgt hem. Aan de dood en het dodenrijk wordt even vrij spel gegeven. Zij maken van deze gelegenheid ruimschoots gebruik met het zwaard, de honger, de dood en de wilde dieren van de aarde. De gevolgen zijn onvoorstelbaar ernstig: geen andere ramp in de wereldgeschiedenis heeft ooit zoveel mensenlevens gekost.
De oude profeet Ezechiël heeft eens in Ez. 14:21-22 eenzelfde situatie geschetst.

10

Hoe komen die zielen onder het altaar, wat vind je van hun taalgebruik, wie zijn die zielen onder het altaar en waar werd het altaar, in het Oude Testament, voor gebruikt?

Antwoord:
Er is altijd een groep mensen die wel de Heer wil aannemen, die inziet dat het zonder God niet kan. In Israël is dat ook altijd zo geweest. Vele malen vinden we over hen gesproken dat er een `getrouwe rest’ (Jesaja 10:20-21) is of zal zijn. Zo zijn er ook in deze periode, waarin Gods oordelen over de wereld komen, mensen op aarde, die de Heer aannemen en alsnog verlost worden uit deze helse omstandigheden.
Er is wel iets bijzonders aan de hand met deze zielen onder het altaar. Zij gebruiken een taal die wij niet kennen. De gelovigen uit onze genadetijd, dat is dus de tijd waarin wij nu leven of de tijd van `de gemeente’, hebben geleerd onze vijanden lief te hebben en te bidden voor hen die hen vervolgen. Verder leert de schrift ons dat de gemeente eenmaal door haar Heer tot zich zal worden genomen om voor altijd bij Hem te zijn.
Er zijn echter mensen die zeggen dat deze ‘zielen onder het altaar’ de opgenomen gemeente is. Hebben we dan zo weinig van onze Heer geleerd? Nee, deze groep spreekt een andere taal. Zij roept om wraak en om veroordeling van haar vijanden, die blijkbaar op dat moment er nog zijn en op de aarde wonen. Dit is de taal van de Oude Testamentische wraak-Psalmen. Deze mensen behoren kennelijk tot een andere tijd nl. de tijd van `wat hierna zal geschieden’.
De plaats, waar deze zielen zich bevonden, was dus eigenlijk de plaats van het offerbloed van de geslachte dieren. Bovendien roepen zij daar om wraak wegens hun eigen bloed op degenen, die hen gedood hebben. De reden waarom zij gedood zijn staat in vers 9 vermeld: ‘geslacht omwille van het woord van God en omwille van het getuigenis, dat zij hadden’. Zij maken ons heel duidelijk dat je tijdens de periode van het Boek met Zeven Zegels niet als Christen kunt leven. Integendeel, degene die onder het bewind van de antichrist getuigt van zijn geloof in Jezus of misschien zelfs maar een Bijbel in zijn bezit heeft, zal in die maatschappij geen plaats kunnen hebben. Zoals ze dit eens met Jezus zelf gedaan hebben, zo zullen ze ook deze mensen behandelen: doden. Deze personen worden weer martelaren in de oude betekenis van het woord: bloedgetuigen, getuigen ten koste van hun eigen bloed.

11
Openbaring 6 Opening vijfde zegel

Openbaring 6 Opening vijfde zegel

Deze zielen onder het altaar werden ongeduldig, wat werd er aan hen gegeven en hoe lang moeten zij wachten?

Antwoord:
Deze zielen onder het altaar zijn wat ongeduldig. Hun moordenaars leven nog. Zij zijn nog bezig met hun moordende werk. De zielen onder het altaar vragen zich dan ook af ‘Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?’ Nog even geduld zei de Here lankmoedig, Hij wil immers niet dat er iemand verloren gaat, maar dat allen behouden worden. Beter om hier kort te leven, om daardoor straks eeuwig te kunnen leven bij de Heer. De zielen onder het altaar moeten nog maar even geduld hebben. Als troost ontvangen zij echter een lang wit kleed: teken dat zij door de Heer worden gezien als verlost, geheiligd en gereinigd.

12
Openbaring 6 Opening zesde zegel

Openbaring 6 Opening zesde zegel

Als je Opb 6:12-17 leest met al die rampen zijn we dan al niet op dat punt aangekomen?

Antwoord:
Als je dit allemaal zo hoort dan denk je bij je zelf zijn we al niet zover? Maar ik denk toch van niet omdat de aardbevingen die hier genoemd worden wereld omvattend zijn en dat zie op dit moment nog niet. Het gaat zeker wel die richting op. Toch blijft de Heer niet onbewogen over wat er op aarde gebeurt. Bij de opening van het zesde zegel komt heel duidelijk de natuur in beweging. Jezus had al voorzegd dat er in deze periode grote natuurrampen zouden plaatsvinden. Sterren vallen op aarde, bergen en eilanden worden verplaatst en een angstwekkende duisternis komt over de aarde.
Angst: dat is waar de mensheid op dat verschrikkelijke moment mee worstelt. Waar wordt die angst eigenlijk door veroorzaakt? Moeten we denken aan enorme atoombomexplosies, waaraan zo vaak in dit verband wordt gedacht? Zijn de mensen bang voor de radioactieve gevolgen daarvan, oneindig veel erger dan Hiroshima? Of moeten we denken aan een rechtstreeks goddelijk ingrijpen? Heft de Heer een toornige vuist op tegen deze aarde, die God heeft verstootte en die op eigen kracht wilde bouwen en vertrouwen?
Wat de mensen in vers 15 zeggen, geeft in ieder geval stof tot nadenken. Zij geven blijk van eenzelfde schuldgevoel als Adam en Eva, toen zij in de hof van Eden hun grote zonde begaan hadden: zij verborgen zich voor de Here. Deze mensen erkennen dat, wat over hun komt, van God zelf afkomstig is en verband houdt met Zijn toorn.

13
 Als het 6de zegel is geopend wat zou er van de ideale wereld, die de mensheid nastreeft, over zijn?

Antwoord:
Als nu bij het verbreken van het zesde zegel blijkt, dat heel die idealistische wereld van de mensen als een kaartenhuis in elkaar stort, als alle eigen werk een grandioze mislukking blijkt te zijn en diezelfde aarde, waarop de mens steeds als op een rots had gebouwd, `wankelt als een beschonkene’, dan zou men verwachten, dat die mens eindelijk, eindelijk zich tot God zou wenden, zijn schuld en eigenzinnigheid zou belijden en zou smeken om vergeving en genade. God zou God niet zijn, als Hij zich dan niet zou laten verbidden. Maar nee hoor, in plaats van te roepen tot God, die hen had kunnen redden, verbergen zij zich in de holen en de rotsen van de bergen; en zij zeggen tot de bergen en de rotsen: valt op ons en verbergt ons. De bergen en de rotsen moeten hen verbergen voor Hem, voor wie niets verborgen is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden van veel van deze vragen kan je ook vinden op de site van Het Zoeklicht, in het bijzonder de artikelen geschreven door Ds. Theo Niemeijer.