GUM 10 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 10 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 10 Antwoorden op de Bespreekpunten

GUM 10 Antwoorden op de Bespreekpunten

Op deze pagina, GUM 10 Antwoorden op de bespreekpunten, kan je de mogelijke antwoorden vinden die, op de vragen van studie pagina GUM 10 Inlasmoment 2a, staan aangegeven als bespreekpunten voor groepen. Heb je vragen mail dan naar Hans: gum@bgimmanuel.nl

Deze gesprekspunten staan in onderstaande tabel achtereenvolgend genummerd vanaf 1, 2 etc. De punten kan je zien als een korte samenvatting van delen in de studie, zoals die achtereenvolgend aan de orde komen. De antwoorden zijn dan ook praktisch de volledige teksten, die in de studie worden uitgesproken. De toegevoegde tekeningen zijn bedoeld als referentie punten in deze studie.

 

GUM 10 Antwoorden op de bespreekpunten van het studiedeel: Openbaring 10 Inlasmoment 2a
GUM 10 bespreekp.
nummer
Inhoud van de te besprekenpunten en mogelijke antwoorden
1
Openbaring 10:1 Inlasmoment 2a Geopende boekje

Openbaring 10:1 Inlasmoment 2a Geopende boekje

Hoe worden de hoofdstukken 10 (en 11) in deze studie genoemd wie is die sterke engel in Opb 10:1?

Antwoord:
De oordelen series worden in hoofdstuk 10 en 11 onderbroken, deze onderbreking noemen we in deze studie Inlasmoment 2. Er volgt hier weer een onderbreking in de volgorde van de oordelen. Johannes ziet weer een `engel’, maar het is geen gewone engel het is een sterke engel. Deze omschrijving en de bewoordingen vinden we ook in het begin van de Openbaring en daar spreekt Jezus. We lezen in vers 16 dat Zijn gezicht was als de zon en Zijn voeten als zuilen van vuur. Bovendien is hij bekleed met een wolk en bekroond met een regenboog dat zijn allemaal dingen, die behoren bij de troon van God, waar wij ook het Lam vonden. De wolken zie je ook terug bij Zijn hemelvaart en zijn wederkomst. Zoals vele anderen zien wij de Here Jezus hierin.

2

Waarom heet de boekrol in Opb 10:2 “geopend boekje”?

Antwoord:
In vers 2 wordt gesproken dat Hij in Zijn hand een boekje had, dat geopend was. De oordeel-series vinden we maar in één `boek’ beschreven en dat is het `Boek met Zeven Zegels’. Dat boek is, vlak voor het blazen van de zevende bazuin, voor het grootste deel geopend, gelezen en vervuld. Er is nog maar een klein gedeelte te vervullen dat deel wordt aangeduid met het boekje. De Boekrol is nu geheel geopend, d.w.z. dat alle zegels verbroken zijn, zoals we al zagen in Opb. 8:1.

3

In Opb 10:2 plaatst de engel zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op de aarde, wat betekent dit (lees Jozua 1:3)?

Antwoord:
In vers 2 plaatst de `engel’ zijn rechtervoet op de zee en zijn linker op de aarde. In die tijd was het plaatsen van de voet op een plaats een teken van inbezitneming.
De Heer strijdt dus niet meer maar neemt inbezit (lees Jozua 1:3).
Tot nu toe trad de satan op alsof hij de eigenaar van de aarde was (‘de overste dezer wereld’). Jezus laat nu met een duidelijke handeling zien, dat Hij de eigenaar, de Koning van deze wereld is en dat nu het moment is aangebroken om dat luid te verkondigen aan de hele schepping.
Met luider stem, zoals een leeuw brult, verkondigt Hij, die de Leeuw uit de stam van Juda is, zijn macht en autoriteit, begeleid door de machtige stemmen van de zeven donderslagen. Deze zeven donderslagen worden door het gebruik van het lidwoord `de’ als bekend verondersteld. We zijn ze dan ook al meermalen tegengekomen, voor de eerste maal als behorende bij de troon van God in Hoofdstuk 4.

4

In Opb 10:6 wordt een eed afgelegd is dat niet in consequent (Math 5:34-36)?

Antwoord:
Daar wordt een krachtige eed gezworen, en Jezus Zelf is het die dat doet. Jezus heeft aan de mensen opdracht geven om niet te zweren, maar hier doet Hij het Zelf wel. Je zou je af kunnen vragen of dat niet inconsequent is? Nee, want Jezus kende de slechte eigenschappen van de mens in dit opzicht, zoals Hij ook later in een gesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden deed uitkomen. De mens zweert wel, maar komt zijn eden niet na, soms ook omdat hij de gevolgen van zijn eed niet kan overzien. Als Jezus echter zweert, dan is Hij volkomen op de hoogte van de reikwijdte van die eed. Hij kent de gevolgen en aanvaardt die geheel. De eed die Hij hier zweert is bijzonder krachtdadig: Hij maakt in één moment een eind aan eeuwen van twijfel. Hij heft Zijn rechterhand op naar de hemel en zweert: er zal geen uitstel meer zijn.

5

Waarom is er Geen Uitstel Meer na Opb 10:7, terwijl dat in 2 Petr. 3:9 nog wel kon?

Antwoord:
Petrus bevestigt nog eens in 2 Petr. 3:9, dat het uitstel een reden had: De Heer wil dat allen tot bekering komen. Nu is het uitstel echt voorbij. De mensen hebben hun kansen gehad. Zij hadden allen tot bekering kunnen komen, maar zojuist hebben we gelezen, dat zij dat niet allen gedaan hebben. Helaas heeft de Heer vergeefs aan hun hart geklopt en nu is het voorbij er is Geen Uitstel Meer.

6
Openbaring 10:7 Geheimenissen Gods

Openbaring 10:7 Geheimenissen Gods

In Opb 10:7 is het geheimenis van God beëindigd. Hoeveel geheimenissen worden er in het Nieuwe Testament e Bijbel genoemd? Kan je er een paar opnoemen?

Antwoord:
Van welk `geheimenis’ is hier sprake? Zoals gezegd wordt: het geheimenis van God, gelijk Hij Zijn knechten, de profeten heeft verkondigd. Het Woord van God kent vele `geheimenissen’. We lezen o.a. over de volgende geheimenissen in het NT:
1. Het geheimenis der wetteloosheid (2 Thess. 2:7).
2. Het geheimenis der gemeente (Ef. 3:1-13).
3. Het geheimenis van Israëls verharding (Rom. 11:25-29).
4. Het geheimenis van Zijn wil (Ef. 1:9).
5. Het geheimenis des geloofs (1 Tim.3:9).
6. Het geheimenis van Christus + gemeente (Ef. 5:32).
7. Het geheimenis der godsvrucht (1 Tim. 3:16).
8. Het geheimenis Gods (Christus, Col. 2:2).
9. Het geheimenis van de zeven sterren (Opb. 1:20).
10. Het geheimenis van de vrouw en het beest (Opb. 17:7).
Het geheimenis, waarvan hier gesproken is, wordt echter genoemd als dat wat aan `zijn knechten, de profeten’ is verkondigd. `De profeten’ waren in de tijd van Johannes natuurlijk de profeten van het Oude Testament. Het Nieuwe Testament was er immers nog niet. Het gaat hier dus om de oude profeten.
Johannes krijgt (Opb 10:9) de opdracht om de taak van de oude profeten over te nemen en het door hen geprofeteerde een nieuwe betekenis te geven en te verduidelijken binnen het kader van de tijd van de Openbaring. In het volgende deel, in Openbaring 11, gaat hij dat ook doen en daarbij valt een merkwaardige overeenkomst met de Oude Testamentische profetieën op.

7

Johannes krijgt de opdracht om het boekje op te eten (Opb 10:9), welke profeet, in het Oude Testament, kreeg ook zo’n opdracht?

Antwoord:
Johannes krijgt de opdracht het `boek’ op te eten. Ezechiël kreeg precies zo’n zelfde opdracht. In het volgende hoofdstuk moet Johannes de tempel meten. Ezechiël kreeg ook de opdracht aanwezig te zijn bij het meten van de tempel. De 42 maanden en 1260 dagen van Openbaring 11 (3½ jaar) stemmen overeen met de gelijke perioden in Daniël.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden van veel van deze vragen kan je ook vinden op de site van Het Zoeklicht, in het bijzonder de artikelen geschreven door Ds. Theo Niemeijer.