GUM 12a Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 12a Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 12a Antwoorden op de Bespreekpunten

GUM 12a Antwoorden op de Bespreekpunten

Op de pagina, GUM 12a Antwoorden op de bespreekpunten, kan je de mogelijke antwoorden vinden die, op de vragen van studie pagina GUM 12a Opb 12:1-12 Inlasmoment 3a, staan aangegeven als bespreekpunten voor groepen.

GUM 12a Antwoorden - Terug naar hoofdmenu van Bijbelonderzoek

Terug naar hoofdmenu van Bijbelonderzoek

Heb je vragen mail dan naar Hans: gum@bgimmanuel.nl

De gesprekspunten van GUM 12a Antwoorden staan in onderstaande tabel achtereenvolgend genummerd vanaf 1, 2 etc. De punten kan je zien als een korte samenvatting van delen in de studie van GUM 12a Antwoorden, zoals die achtereenvolgend aan de orde komen. De antwoorden zijn dan ook praktisch de volledige teksten, die in de studie worden uitgesproken. De toegevoegde tekeningen zijn bedoeld als referentie punten in deze studie.

 

GUM 12a Antwoorden op de bespreekpunten van het studiedeel: Openbaring 12:1-12 Inlasmoment 3a
GUM 12a bespreekp.
nummer
Inhoud van de te besprekenpunten en mogelijke antwoorden
1
GUM 12a Antwoorden - Openbaring 12:1-3 Inlasmoment 3a Vrouw en draak

Openbaring 12:1-3 Inlasmoment 3a Vrouw en draak

Welke drie figuren spelen in Opb 12:1-6 een grote rol?

Antwoord:
Ik heb in het begin van deze Bijbelstudie aangegeven dat we de schrift letterlijk nemen behalve als er duidelijk bij staat omdat niet letterlijk te nemen zoals bv. hier waar in vers 1 wordt gesproken over een groot teken.
Bij dit grote teken in de hemel blijken drie figuren een grote rol te spelen. Dat zijn: een vrouw, een ‘draak’, en een zoon. Wat de apostel hier beschrijft, noemt hij zelf een groot teken, dat is bijvoorbeeld een voorstelling of schilderij van iets of een symbool. Het feit, dat hij hier schrijft over een groot teken is het bewijs dat de Apokalypse in het algemeen letterlijk moet worden opgevat. De schrijver geeft dus zelf de momenten aan dat de tekst niet letterlijk moet worden genomen. Maar hier is sprake van een groot teken.

2

Wie is dat kind, dat de vrouw baart en zou dat de kerk kunnen zijn?

Antwoord:
Het eerste teken spreekt van een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. De vrouw brengt onder grote moeite een kind ter wereld, een zoon, die optreedt als een vorst, maar plotseling om het leven komt, waarna de vrouw ten prooi valt aan vervolgingen.
Eigenlijk is er over het algemeen niet zoveel twijfel over wie deze zoon is. De meesten herkennen hier de Messias, Jezus Christus, in. Hiernaar wijst ook vers 5, waar wordt gesproken over `een Zoon, een mannelijk Kind’. De grondtekst zegt: `een zoon, van het mannelijk geslacht’. We vinden in deze tekst geen enkele verklaring of koppeling naar een kerk, het Christendom of geloofsbelijdenis. Nee, er wordt geschreven over een persoon “een mannelijk Kind”. Het Kind wordt in vers 5 weggerukt naar God dat herinnert ons aan de gewelddadige kruisdood van Jezus.

3

Wie is die vrouw in Opb:12:1?

Antwoord:
Sommigen zien in haar `de gelovigen van het Oude en Nieuwe Testament, anderen de Rooms-Katholieke kerk en weer anderen het Apostolisch Christendom.
Als we echter aanvaarden dat `de zoon’ Jezus is, dan moeten we ook zien, dat noch de gelovigen van het Oude en Nieuwe Testament, noch de RK. kerk Jezus heeft voortgebracht. Dan zou het nog meer voor de hand liggen om deze vrouw als een persoon te nemen en daarin Maria te zien, zoals dit vooral in Rooms-Katholieke kringen wordt gehuldigd. Zo heeft bv Paus Pius X in een encycliek van 1904 uitgesproken, dat de Maria-logische opvatting van Openbaring voor een katholiek vanzelfsprekend was.
In dit deel van de Bijbel is de gebruikte symboliek zo zwaar geladen en het beeld is zo veelomvattend, dat, hoewel Maria zeker haar rol in dit gebeuren speelde, hier toch de vrouw als vertegenwoordigster voor een groter geheel moet worden gezien. Hierop schijnt ook te wijzen in Opb. 12:17, waar gesproken wordt van `de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus hebben’.

4

Noem een aantal punten die aangeven dat, met die vrouw, het volk Israël wordt bedoeld.

Antwoord:
1ste Volgens sommige tekstdeskundigen behoort Opb. 12 te beginnen vanaf Opb. 11:19 waar de tempel van God in de hemel wordt geopend en de ark van Zijn verbond zichtbaar wordt in Zijn tempel. Deze ark van Zijn verbond was in de dagen van het Oude Testament altijd het zichtbare teken van Gods tegenwoordigheid onder de Israëlieten.
2de In het Oude Testament wordt Israël ons voorgesteld als de vrouw van God want in Jes. 54:5-6 staat:
3de Het derde punt is dat Jesaja verwijst naar Israël als zijnde in barensnood en ‘een zoon’ en ‘kinderen’ baart. ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven’. Bovendien verklaart Paulus van de Israëlieten: `uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus’.
4de De zon, de maan en de sterren in het beeld van deze vrouw komen we ook tegen in de droom van Jozef, waar zij de vader en moeder en de broers van Jozef voorstellen, uit wie heel Israël is voortgekomen.
5de De 1260 dagen of 3½ jaar uit dit gedeelte stemmen overeen met gelijke tijdsperioden in Daniël, waar deze dingen zeker betrekking hebben op Israël.
6de In Opb. 12:7 vinden we in dit verband Michaël genoemd, die in Daniël wordt beschreven als `de grote vorst, die de zonen van uw (Daniëls) volk ter zijde staat’. In deze vervulling van Daniëls profetie speelt Michaël een belangrijke rol als steun voor Israël in de tijd van de grote verdrukking.
7de De inhoud van Openbaring 11, 12 en 13 past zowel gecombineerd als afzonderlijk geheel in de Bijbelse wereld van Israël.
De hemelse verschijning hier is Israël, maar niet in volkenkundige zin maar in godsdienstige zin. Zij is het ware Israël, dat de Here verwacht en dat niet zelden een `rest’, een kleine minderheid van 7000, die de knieën voor Baal niet hebben gebogen, is geweest’

5

De vrouw in Opb 12:2 is in barensnood. Wat wordt daarmee bedoeld?

Antwoord:
Daarvoor moeten wij verwijzen naar de geschiedenis van het volk van Israël, zoals die in het Oude Testament is beschreven. Het ging erom, dat uiteindelijk Het Kind geboren moest worden. Maar zolang onder de Wet nog onzeker was welke kant het volk heen wilde: naar God of in de tegenovergestelde richting, kon de Messias niet geboren worden. ‘De vruchtbare dagen van David moesten voorbijgaan, de nakomelingen van David moesten eerst tonen, wat er in hun hart was en daarna weggevoerd worden naar Babylon.
Vernedering, rouw, produceerden geen resultaat. Terwijl de stem der profeten zelfs zwijgt met Maleachi, wordt tenslotte de lange stilte van de dood doorbroken door de kreet: “een kind is ons geboren”.

6

Wie is die draak in Opb 12:3 en wat voor figuur is hij eigenlijk.

Antwoord:
Deze zaken zijn belangrijk om te begrijpen waarom er in de hemel een oorlog ontstaat. De mens is immers al snel geneigd om daar iets over te vinden na al die oorlogen die wij op aarde voeren.
Er kan geen enkele twijfel over bestaan wie `de draak’ is, want dat verklaart de Openbaring zelf in Opb. 12:9: “de grote draak, namelijk de oude slang, die duivel en satan wordt genoemd, misleidt de hele wereld”.
De volgende omschrijving geeft goed weer wat voor figuur of wat voor type deze draak eigenlijk is.
Onder de menigten van verstandelijke wezens, die over de onbegrensde ruimte van het heelal zijn verspreid, zijn er maar twee die elkaar onderscheiden en uiteenlopende bondgenootschappen hebben. Het zijn eigenlijk twee rijken, elk met een heerser aan het hoofd. Deze twee rijken zijn het rijk van Jehova en dat van satan.
Aan het hoofd van het rijk van Jehova troont de almachtige en onverderfelijke Schepper van hemel en aarde, God, wiens majesteit alle menselijke begrip of gedachte ver te boven gaat. Zijn wezen is eeuwig, zijn natuur volmaakt, zijn troon oppermachtig. Aan Hem moet alle schepsel, dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en in de zee is, in een of andere vorm de lof en de heerschappij toebrengen, tot in alle eeuwigheid.
Aan het hoofd van het andere rijk staat een gewaande god, die een schepsel is, en in het geheel niet boven het bestuur en het gezag van de Almachtige staat. Maar wel één van de meest verheven engel-geesten, een vorst onder de hemelse machten, die is opgestaan tegen God en die constant bezig is om de hemel omver te werpen. Zijn doel is om het koninkrijk, het gezag en de rechtmatige hulde van de Eeuwige te vernietigen en voor zichzelf de teugels van het bewind over het heelal te bemachtigen. Wij sidderen als wij denken aan zijn noodlottige overmoed.
De heerszucht en de roekeloosheid van aardse despoten die deze wereld trachten te veroveren, is verschrikkelijk. Het ergste is nog dat de mannen die veel hebben gedaan om dit doel te bereiken nog worden geëerd ook met grote heersers of veldheren.

7
GUM 12a Antwoorden - Openbaring 12:7 Inlasmoment 3a Oorlog in de hemel

Openbaring 12:7 Inlasmoment 3a Oorlog in de hemel

Wat gebeurt er in de hemel in Opb 12:7. Kan dat worden verklaard? Kijk eens wat er staat in Dan. 10:12-13.

Antwoord:
Als je erover nadenk dan is het toch verschrikkelijk dat er ook in de hemel nog oorlog wordt gevoerd. Het is al erg genoeg dat we zoveel oorlogen hier op aarde hebben. Maar we hebben hier juist te maken met de veroorzaker van de oorlogen: de `mensenmoordenaar van den beginne’. De strijd `in de hemelse gewesten’ kennen we al uit de Bijbel in Ef. 6:12 bv, waar de Christenen zelfs deelhebben aan deze strijd voor zover het hun eigen geloofsleven betreft: `want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheerders van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten’. De Christen wordt zelfs uitgerust met een speciale ‘geestelijke wapenrusting’ om deze strijd met succes te kunnen leveren.
Dat is niet alleen in het laatste boek Openbaring vermeld maar we lezen ook van zo’n reëel hemels conflict in Daniël als een engel wordt uitgezonden om het antwoord te brengen op het gebed van Daniël. De engel wordt 21 dagen opgehouden door een demonische aartsengel, die de `vorst van het koninkrijk der Perzen’ wordt genoemd, en zo’n zware strijd met deze moest leveren, dat een aartsengel van God, Michaël, hem te hulp moet komen om de overwinning te behalen. Als onze ogen er open voor waren, zouden we verbazingwekkende hemelse legermachten kunnen zien.
Hier is het ook de aartsengel Michaël die met zijn engelen oorlog voert tegen de draak; de draak, die de vrouw, Israël, achtervolgt, om haar te verslinden. Het is juist Michaël, die in deze periode van `Jacobs benauwdheid’ een beschermende taak heeft ten aanzien van het volk Israël, Gods volk. `Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw (Daniëls) volk terzijde staat’ (Dan. 12:1).
We zien hier wat satan eigenlijk wil en waarin hij wordt gedwarsboomd: nl. verhinderen dat de aarde Gods zegen kan ontvangen door het volk Israël te vernietigen.

8

Als je in de geschiedenis terugkijkt hoe heeft satan getracht de plannen van God te verhinderen (denk aan: Paradijs, Golgotha en Israël)?

Antwoord:
Als je kijkt naar de geschiedenis dan zie je dat hij dit eerst poogt met de Messias (de Zoon) en dan met Israël (de vrouw). Dit is de eindfase van het conflict, begonnen in Eden tussen God en de satan.
De einduitslag is: hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. De satan en zijn engelen worden teruggeworpen op hun laatste stelling: de aarde.

9

Wat is de reactie van satan toen hij op de aarde werd geworpen (Opb 12:13)?

Antwoord:
Het is duidelijk dat satan dit niet leuk vindt en dat hij in grote woede zal proberen Godsplan te verstoren. Hij kan dat niet meer in de hemel doen en zal daarom zijn pogingen voortzetten hier op aarde. Hij weet bv. dat in Godsplan het volk Israël een plaats heeft. Dus het laat zich raden waar de aanval zich opricht als jou dat nog niet bekend is komt dat in het volgende studie deel uitvoerig aan de orde bij de Redding van de vrouw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden van veel van deze vragen kan je ook vinden op de site van Het Zoeklicht, in het bijzonder de artikelen geschreven door Ds. Theo Niemeijer.