GUM 19 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 19 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 19 Antwoorden op de Bespreekpunten

GUM 19 Antwoorden op de Bespreekpunten

Op deze pagina, GUM 19 Antwoorden op de bespreekpunten, kan je de mogelijke antwoorden vinden die, op de vragen van studie pagina GUM 19 Opb 19 Inlasmoment 4c, staan aangegeven als bespreekpunten voor groepen. Heb je vragen mail dan naar Hans: gum@bgimmanuel.nl

Deze gesprekspunten staan in onderstaande tabel achtereenvolgend genummerd vanaf 1, 2 etc. De punten kan je zien als een korte samenvatting van delen in de studie, zoals die achtereenvolgend aan de orde komen. De antwoorden zijn dan ook praktisch de volledige teksten, die in de studie worden uitgesproken. De toegevoegde tekeningen zijn bedoeld als referentie punten in deze studie.

 

GUM 19 Antwoorden op de bespreekpunten van het studiedeel: Openbaring 19 Inlasmoment 4c
GUM 19 bespreekp.
nummer
Inhoud van de te besprekenpunten en mogelijke antwoorden
1
Openbaring 19:1 Inlasmoment 4c Aankondiging

Openbaring 19:1 Inlasmoment 4c Aankondiging

Wat is de reactie in de hemel op de val van Babylon (Opb 19:1-5)?

Openbaring 19:1-4 Inlasmoment 4c Vier keer Halleluja en Amen

Openbaring 19:1-4 Inlasmoment 4c Vier keer Halleluja en Amen

Antwoord:
In de hemel is de reactie op de val van Babylon overweldigend. Eindelijk is er gerechtigheid gekomen. Eindelijk is er een einde gekomen aan de afgoderij, de ontucht en de bloeddorst. Dit is reden voor een groot Halleluja, ja, zelfs om dit viermaal te herhalen. Er vindt daar een geweldige aanbiddingsdienst plaats, waaraan een grote schare, de 24 oudsten en de 4 levende wezens deelnemen. De Halleluja’s zijn niet van de lucht.
Deze 4 keer Halleluja, Amen en dat wat daar wordt gezegd is de eerste keer in het Nieuwe Testament dat zo iets wordt gezegd en een van de merkwaardigste uitdrukkingen van dankzegging, die ooit op aarde gebruikt zijn.
Anselmus van Canterbury, een Italiaanse theoloog uit de 11de eeuw, beschouwt dit woord als engelentaal. Dit woord hoort Johannes door het luchtruim weerklinken. Het is een der hoogste en machtigste uitroepen van Gods grootheid. Het wordt met bewustheid gezongen en is de meest eerbiedige aanbidding en meest verheven lofzegging. Zo wordt dit in de hemel gezongen, terwijl hier op aarde het voornaamste product van menselijke wijsheid en roem in puin stort.

2

Welke oproep zie je in Opb 19:5?

Antwoord:
Vers 5 is een opwekking aan alle gelovigen om zich te voegen bij deze lofprijzing. Het is een bekend verschijnsel dat de mens het meest geneigd is tot God te roepen om hulp. Als de hulp ontvangen is, wordt de aandacht dan al weer snel opgevraagd door nieuwe problemen en zo blijft men alsmaar vragen. We zouden echter eigenlijk net zoveel tijd moeten besteden aan lofprijzing na verhoring als aan de roep om hulp voor de verhoring. We mogen God onze dank niet onthouden maar moeten, net als in het oude Israël, onze lofoffers brengen. Hier zien we dat in de hemel op een bijzonder uitbundige wijze gebeuren. Dat grote Babylon blijkt toch wel een bijzonder zware last op deze wereld geweest te zijn. Nu is het met haar gedaan. Prijs de Heer!

3

Wanneer is de bruiloft des Lams (Opb 19:7) en wat aanvaardde de Heer daar?

Antwoord:
Het vierde Halleluja is, behalve om uiting te geven aan de vreugde wegens de aanvaarding van het koningschap door de Heer, gewijd aan de bruiloft van het Lam. Als je dit leest rijzen er gelijk tal van vragen op zoals: wanneer vindt deze bruiloft plaats; wie is de bruidegom, wie is de bruid, wie zijn de genodigden?
Het tijdstip van de bruiloft is hier duidelijk aangegeven: de bruiloft van het Lam is gekomen, dus nu, op het tijdstip waarop dit Halleluja wordt gezongen: na de val van het grote Babylon, aan het einde van de oordeel-reeksen, vlak voor de zichtbare wederkomst van Jezus op aarde.

4

Hoe weet je dat de bruid van onze Heer rein en heilig is (Opb 18:8)?

Antwoord:
De reinheid en heiligheid die de bruidegom zo graag bij zijn bruid ziet wordt ook in vers 8 weergegeven in de beschrijving van haar kleding tijdens dit hemelse bruiloftsfeest: En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.

5

Noem enige feiten uit de Bijbel ten aanzien van de gemeente en Israël.

Antwoord:
Zoals we eerder hebben aangegeven ziet het Nieuwe Testament de gemeente uit wedergeboren gelovigen in Jezus Christus als de bruid van Christus.
In Jes. 54:5 wordt Israël als verbondsvolk gezien als de vrouw van God.
“Want uw Maker is uw Man”.
God zag Israël als zijn vrouw, maar zijn vrouw werd ontrouw, ontuchtig. In plaats van haar Man als God te aanbidden, ging zij andere goden nalopen die geen goden waren en pleegde echtbreuk en hoererij ten aanzien van haar eigen Man. Tot de dag kwam dat God van haar moest zeggen in Hosea 2:1: Want zij is Mijn vrouw niet en Ik ben haar Man niet.
Maar de liefde van God tot zijn – ontrouwe – vrouw is zo groot, dat Hij haar niet vergeten kan. Zo zal Hij haar brengen in omstandigheden, waarin zij gaat terugverlangen naar haar echte Man zoals staat in Hosea 2:15: Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl!
Ja, God wil zelfs zo ver gaan in zijn onbegrijpelijke liefde en genade, dat Hij deze afvallige vrouw weer helemaal wil opnemen in Zijn liefde zoals staat aangegeven in Hosea 2:18-19.
We zien hier dus een onderscheid tussen de N.T. – gemeente als de bruid van Christus en Israël als de afvallige doch later weer in ontferming aangenomen vrouw van God.

6

Waar vond het huwelijk van de bruid en haar Heer plaats (Opb 18:6-8)?

Antwoord:
Het huwelijk van de ongehuwde bruid vindt nu in de hemel plaats. De `bruid’ is het lichaam van Christus waarvan alle wedergeboren gelovigen deel uitmaken.
Het woord “geroepen” in vers 9 heeft geen andere betekenis dan verzoeken te komen; de stam van het hier gebruikte Griekse woord is dezelfde als die van `ekklesia’, d.w.z. de gemeente, door God geroepen uit de wereld. De `geroepenen’ vormen samen de bruid en nemen samen deel aan het bruiloftsmaal van het Lam.
De aandacht wordt nog gevestigd op de woorden in vers 7 Zijn vrouw heeft zich gereed gemaakt. Dit zal enerzijds duiden op het zich gereedmaken voor de huwelijksvoltrekking. Anderzijds kan dit wijzen op het feit dat de bruid zich heeft gereedgemaakt om straks met haar geliefde Man de taken te kunnen vervullen, die voor haar zijn weggelegd. We lezen immers in het volgende deel in Opb. 20:6: zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

7

Kan jij omschrijven waar de engel ons toe oproept in Opb 18:9? Wat zei de engel toen Johannes zich te nederig voelde om deel te hebben aan dit bruilofstmaal in Opb 18:9?

Antwoord:
De engel, die Johannes begeleidt, vindt dat bij ons het verlangen moet worden opgewekt om ook deel te hebben aan dat hemelse bruiloftsmaal. Johannes moet het van hem opschrijven: zalig zijn zij die geroepen zijn! Zaligheid is de meest verheven vorm van geluk: dit grote geluk is voor de geroepenen, de kinderen Gods, de wedergeboren gelovigen, zij die met de witte klederen bekleed zijn. Johannes voelt zich veel te nederig om daaraan deel te mogen hebben en werpt zich vol ontzag neer voor de ‘engel’ die kennelijk in dit visioen al wel deel heeft aan deze heerlijkheid. Hij wordt echter snel gecorrigeerd. In de hemel is geen plaats voor de aanbidding van iemand anders dan de Heer.

8

Wat is het fundamentele verschil tussen de eerste komst (Matth. 21:1-11) en de tweede komst van Christus (Opb 19:11-16)?

Antwoord:
De aloude ingangen van Jeruzalem hebben hun deuren al lang willen openen om deze Koning doorgang te verlenen. Bij Zijn eerste komst kwam Hij, gezeten op een ezel, de stad binnen, maar werd even later opgehangen aan een kruis. Was Hij toen maar door Zijn volk en door de wereld als Verlosser en Zaligmaker aangenomen, want nu is Zijn komst heel anders. Hij vraagt niet of Hij mag komen. Hij komt! Hij komt nu niet als Redder maar als Rechter. Toen wilden ze Zijn Woord niet aanvaarden, nu komt hij als HET WOORD zelf.

9

Wat zien de Israëlieten plotseling als zij de Koning zien verschijnen (Zach 12:10 en Zach 14:4-5)?

Antwoord:
Vooral voor de Joden zal dit een onverwacht moment zijn. Eeuw na eeuw heeft het volk van God uitgezien naar zijn Messias. In de druk der tijden, onder verschrikkelijke vervolgingen, is dit volk op de been gebleven door de verwachting van de toekomst van de Messias. De tijd zou komen dat Hij aan alle leed een einde zou maken, waarna zij eindelijk in de rust zouden komen in het beloofde land onder hun eigen Koning. Nooit hebben de Joden als volk willen aanvaarden dat die Messias al gekomen was in Jezus: ze hebben Hem doorstoken en aan een kruis gehangen. Maar nu komt Hij, die Getrouw en Waarachtig is en tot hun ontsteltenis zullen zij ontdekken, dat zij hun eigen Messias hebben doorstoken zoals staat geprofeteerd Zach. 12:10.

10

Wat is het verschil in de houding van de Israëlieten (Zach 12:10) en de ongelovigen als zij de tweede komst van de Heer zien (Opb 19:17-21)?

Antwoord:
Doordat ze Hem nu zien, moeten ze wel in Hem geloven. Hij is de belichaamde profetie uit hun eigen schriften. De Heer Jezus had het graag anders gezien: ‘Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven’. Wat een genade dat de Heer Israël op die dag weer in ontferming aan wil nemen. `Ik zal op één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen’.
Ook de heidenen zullen Hem zien, maar hun houding is heel anders. Zij die zijn opgetrokken naar Armageddon willen oorlog voeren tegen het Lam en krijgen daarom met de toorn van God te maken. Zij zullen gehoed worden met een ijzeren staf.

11
Openbaring 19:20-20:3 Inlasmoment 4c (Eind)bestemmingen

Openbaring 19:20-20:3 Inlasmoment 4c (Eind)bestemmingen

Het is nu afgedaan met de hoogmoedigheid van de mens. Wat gebeurt er met het beest (antichrist) en de valse profeet (Opb 19:20)? Zijn er al levende wezens in de poel van vuur?

Antwoord:
De eerste ‘krijgsgevangenen’, die worden gemaakt, zijn het beest en de valse profeet. Het is gedaan met hun verleiding van de massa. Zij worden levend geworpen in de ‘poel van vuur, die van zwavel brandt’.
Hier lezen we voor de eerste maal dat er iemand in de ‘poel van vuur’ wordt geworpen. Dit is pas de echte `hel’ en uit de Bijbel blijkt niet, dat er al eerder iemand in deze hel is geworpen. Daarom is hij niet minder reëel. Degenen, die de hel uit hun geloofsbelijdenis schrappen, moeten ook deze gedeelten uit de Openbaring schrappen.
De mens heeft nu eenmaal de neiging om onaangename dingen uit zijn bewustzijn weg te duwen, maar deze struisvogelpolitiek is hier toch wel zeer misplaatst.
Het is in dit leven, dat mensen door hun eigen keuze bepalen, waar hun plaats in de toekomst zal zijn.

12

Wat gebeurt er met satan (Opb 20:1-3)?

Antwoord:
In Opb. 20:2 staat dat de draak (=satan) wordt gegrepen en werd voor een periode van 1000 jaar in de afgrond gevangen gezet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden van veel van deze vragen kan je ook vinden op de site van Het Zoeklicht, in het bijzonder de artikelen geschreven door Ds. Theo Niemeijer.