GUM 21 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 21 Antwoorden op de bespreekpunten

GUM 21 Antwoorden op de Bespreekpunten

GUM 21 Antwoorden op de Bespreekpunten

Op deze pagina, GUM 21 Antwoorden op de bespreekpunten, kan je de mogelijke antwoorden vinden die, op de vragen van studie pagina GUM 21 Opb 21 Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde, staan aangegeven als bespreekpunten voor groepen. Heb je vragen mail dan naar Hans: gum@bgimmanuel.nl

Deze gesprekspunten staan in onderstaande tabel achtereenvolgend genummerd vanaf 1, 2 etc. De punten kan je zien als een korte samenvatting van delen in de studie, zoals die achtereenvolgend aan de orde komen. De antwoorden zijn dan ook praktisch de volledige teksten, die in de studie worden uitgesproken. De toegevoegde tekeningen zijn bedoeld als referentie punten in deze studie.

 

GUM 21 Antwoorden op de bespreekpunten van het studiedeel: Openbaring 21 Nieuwe Hemel en Aarde
GUM 21 bespreekp.
nummer
Inhoud van de te besprekenpunten en mogelijke antwoorden
1
Openbaring 21:1-8 Boekrol afgesloten Nieuwe hemel en aarde

Openbaring 21:1-8 Boekrol afgesloten Nieuwe hemel en aarde

Petrus (2 Petrus 3:13) verwachtte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Waarom kon dat niet nu al en waarom kan God niet eerder in deze wereld wonen?

Antwoord:
Petrus verwachtte in 2 Petrus 3:13: …. wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Maar deze belofte kon pas in vervulling gaan als de ongerechtigheid van deze wereld was weggedaan. Zolang er nog maar een spoor is van ongerechtigheid en zonde en de daarmee verband houdende ziekte en dood, zo lang is het onmogelijk dat God woont bij de mensen. Dat is ook de reden dat verondersteld wordt, dat zelfs tijdens het duizendjarig vrederijk het nieuwe Jeruzalem wel zichtbaar zal zijn, maar dat het nog niet neerdaalt op de aarde.

2

Wat zag Johannes in Opb 21:1-2 en is dit een absoluut einde van de aarde?

Antwoord:
Het is alles nieuw, wat zich voor het oog van Johannes ontvouwt, `want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan’. Het verleden is nu helemaal echt verleden, het is er niet meer. `Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen’. Het is nu zaak om vooruit te zien, zich te verheugen in een volstrekt veranderde situatie.
Als je er over nadenkt dan is het eigenlijk heel merkwaardig dat door alle eeuwen heen gesproken is over en gevreesd is voor het einde van de wereld. De Bijbel spreekt eigenlijk helemaal niet over een einde van de wereld in de zin van een absoluut eindpunt. Wel kunnen we spreken van een voleinding in de zin van een voltooiing van een bepaald deel van Gods plan met de wereld. We kunnen ook niet spreken van een einde in de zin van een vernietiging, hoewel `de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan’, maar mogen wel spreken van een vernieuwing. Het zou ook niet juist zijn om een vernietiging te verwachten, want de aarde is Gods schepping. Het enige is dat deze schepping door de mens grondig verknoeid en bezoedeld is, zodat God een totale vernieuwing nodig vindt. Maar zelfs dan blijft er nog steeds sprake van een nieuwe aarde.

3

Geeft de Bijbel duidelijkheid waar de mens blijft bij de voleinding van deze wereld en de overgang naar een nieuwe aarde?

Antwoord:
Waar blijft de mens tijdens deze totale verjongingskuur van de aarde? Dat is niet in de Bijbel geopenbaard. We weten dat de woonplaats van de heiligen, de opgenomen gemeente in de hemel, bij de Heer is en het ziet er naar uit dat met het `huis met de vele woningen’ juist het Nieuwe Jeruzalem is bedoeld. Behalve deze heiligen zijn er aan het eind van de duizend jaren echter nog de Israëlieten die een blijvende plaats op aarde beërven en de niet met Gog en Magog verleide volkeren. Het is niet geopenbaard waar dezen blijven zullen gedurende de verjongingskuur van de aarde. Op een andere planeet? In het Nieuwe Jeruzalem? Voor het laatste zou wel enige reden bestaan, omdat we lezen dat de volkeren wèl toegang hebben tot het Nieuwe Jeruzalem: `de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar…… de heerlijkheid en de eer der volkeren zullen in haar gebracht worden’. Dat zijn echter alleen die volkeren die niet vallen onder het oordeel van vers 8: `de lafhartigen, de ongelovigen enz…… Hun deeI is in de poel van vuur.

4

Johannes mag de stad van naderbij gaan bezien. Hoe noemt de engel deze stad (Opb 21:10) en voor wie is deze stad bedoeld?

Antwoord:
De engel noemt de stad: de bruid, de vrouw des Lams. Aan de ene kant wordt hiermee ongetwijfeld het stralende van de stad aangegeven, aan de andere kant hebben we als de bruid van het Lam de gemeente van Jezus Christus herkend.
De veronderstelling dat dit Nieuwe Jeruzalem in de eerste plaats bedoeld is als woonplaats voor de opgenomen gemeente ligt daarmee voor de hand. Daarbij willen we het begrip `gemeente’ ruim nemen: niet alleen de gelovigen uit de N.T. bedeling, maar ook de gelovigen uit de O.T. tijd, die verwachtend hebben uitgezien naar de komst van de Messias en daarbij geleefd hebben volgens Gods woord. We hebben gezien, dat Jezus hen heeft medegenomen naar de hemel bij Zijn opstanding.

5

Wat valt Johannes op aan de buitenkant en hoe heten die poorten en fundamenten (Opb 21:12-14)?

Antwoord:
Johannes ziet de stad eerst aan de buitenkant en daarvan vallen hem direct de poorten en de fundamenten op.
De poorten, twaalf in getal, worden elk `bewaakt’ door een engel, en dragen elk de naam van één van de twaalf stammen van de kinderen Israëls. In elke windrichting zijn drie poorten. De fundamenten van de stad, ook twaalf in getal, dragen de namen van de twaalf apostelen van het Lam.
Zo zien we aan de buitenzijde van de stad dat Oude en Nieuwe Testament beide daarin vertegenwoordigd zijn en in feite niet van elkaar gescheiden kunnen worden.

6

Johannes kreeg eerder een opdracht om te meten (Opb 11:1-2), wat moest hij meten? Wie mat de nieuwe stad en welke grootte had deze stad (Opb 21:15)?

Antwoord:
Eens kreeg Johannes ook eens de opdracht om zelf de tempel in Jeruzalem te meten (Opb 11:1-2). Maar het Nieuwe Jeruzalem meten: daar is voor Johannes geen beginnen aan, want haar afmetingen zijn onvoorstelbaar groot. Gelukkig dat daar deze engel is, die deze geweldige taak overneemt, maar die zich, om ons het juiste idee te geven, deze maal van een `mensenmaat’ bedient. We weten hierdoor dat de maten van deze immense stad nauwkeurig bepaald en voor mensen te begrijpen zijn: de stad is vierkant, is 12.000 stadiën lang en breed en hoog en heeft een muur van 144 el hoog.
We kunnen dat nu precies berekenen: één ‘stadium’, tussen twee haakjes ons woord stadion komt daar vandaan, was in de oudheid 185 meter. 12.000 stadiën is dus 12.000 x 185 meter = 2.220.000 meter of 2220 km. Ik rond dat even voor het gemak af op 2000 Km. Het Nieuwe Jeruzalem heeft dus een grondvlak van 2000 x 2000 km dat is dus ruim 4.000.000 km2 dat is ongeveer 128x de oppervlakte van Nederland. Voor alle duidelijkheid we hebben het hier niet over een land maar een stad: het nieuwe Jeruzalem.
De grootte van een dergelijke stad, gemeten volgens het grondvlak, gaat onze verbeelding al verre te boven, maar er wordt nog eens bij vermeld dat de hoogte ook ruim 2000 km is. Wie kan zich dat nog voorstellen! Je moet je echter wel iets voorstellen! Sommigen zijn tot de gedachte gekomen, dat, omdat breedte, lengte en hoogte gelijk zijn, we hier dus te maken hebben met een kubusvorm. Wat moet men dan, bij deze afmetingen, met een muur van 144 el dat is ± 75m hoogte?
Dit valt ver buiten ons voorstellingsvermogen dus men bedacht dat dit dan misschien het `dak’ van deze stad zou bekronen als een soort borstwering. Dat was inderdaad het geval bij gebouwen in Bijbelse tijd, maar dan wel als borstwering, welk begrip bij een hoogte van 75 m geen zin heeft. Nee, zoals bij elke stad, die ommuurd is, mogen we bij deze stad de muur ook langs de buitengrens van de stad denken.

7
Openbaring 21:10-11 Nieuwe Jeruzalem in de vorm van een kubus

Openbaring 21:10-11 Nieuwe Jeruzalem in de vorm van een kubus

We kennen de maten maar hoe zou de vorm van die stad kunnen zijn, waar ligt die ommuring en waar is die ommuring uit opgebouwd?

Openbaring 21:10-11 Nieuwe Jeruzalem in de vorm van een piramide

Openbaring 21:10-11 Nieuwe Jeruzalem in de vorm van een piramide

Antwoord:
De stad zelf zou dan tegen en op een berg gelegen kunnen zijn. De ommuring zou dan aan de voet van de berg kunnen liggen. Het ligt in dit verband dan voor de hand dat de stad in zijn geheel als tegen een berg aan gelegen te zien en haar uiterlijk als de vorm van een piramide aan te nemen. In dat geval is dus alleen de top van de berg of piramide gelegen op een hoogte van 2000 km.
Het is ook weer de om de stad opgetrokken zeer hoge muur, die de aandacht en verbazing van Johannes opwekt. De bouwstof van deze muur is diamant. Het is niet duidelijk of we dit letterlijk moeten opvatten of dat Johannes, zoals hij eerder heeft gedaan, hem bekende begrippen gebruikt om voor hem eigenlijk onbegrijpelijke zaken te beschrijven. Zo zien we hem allerlei edelgesteenten en edel metaal gebruiken om aan te geven hóe schitterend de muur, de fundamenten van de muur en de poorten van de stad zijn.
De Bijbel geeft niet de vorm van het Nieuwe Jeruzalem aan dat zou een Kubus of een Piramide kunnen zijn.

8
Openbaring 21:10-17 Nieuwe Jeruzalem met als centrum Amsterdam

Openbaring 21:10-17 Nieuwe Jeruzalem met als centrum Amsterdam

Als je de projectie van het grondoppervlakte van het Nieuwe Jeruzalem op Europe neerlegt met Amsterdam als het centrum, welke gebieden vallen er dan in het grondoppervlakte? Welke gevoelens zouden de wetenschappers hebben bij de nadering van zo’n groot object vanuit de ruimte naar de aarde?

Antwoord:
Als je dit projecteert op Europa met Amsterdam als centrum dan omvat dat praktisch geheel West en Midden Europa. Ik kan me dan ook wel voorstellen als je dat uit de ruimte naar je toe ziet komen dat je dan wel even schrikt. Ik vraag me dan ook weleens af waarom de wetenschappers zo in de ruimte speuren naar voorwerpen die op ons afkomen.

9
Openbaring 21:10-17 Nieuwe Jeruzalem met Jeruzalem als centrum

Openbaring 21:10-17 Nieuwe Jeruzalem met Jeruzalem als centrum

Als je de projectie van het grondoppervlakte van het Nieuwe Jeruzalem op het Midden Oosten neerlegt met Jeruzalem als het centrum, welke gebieden vallen er dan in het grondoppervlakte?

Antwoord:
Als je dit projecteert op het Midden-Oosten met Jeruzalem als centrum dan omvat dat praktisch het gehele Midden Oosten en een deel van Afrika.

10

Wat mist Johannes in het Nieuwe Jeruzalem (Opb 21:22)?

Antwoord:
Johannes mag ook zien hoe het er binnen in de stad uitziet. Enigszins tot zijn verrassing is er iets niet wat hij wel verwacht had: de tempel. Een Jeruzalem zonder tempel is voor een Jood geheel ondenkbaar, dus een Nieuw Jeruzalem zonder tempel valt eigenlijk ook niet in te denken.
Maar dan blijkt hem dat een tempel als gebouw, als teken van de tegenwoordigheid van God, hier helemaal niet nodig is, aangezien de Here God Zelf hier is. Hij is eigenlijk de tempel en het is beter de heerlijkheid zelf te hebben dan een afschaduwing van die heerlijkheid. De aanwezigheid van de heerlijkheid des Heren is zó schitterend, evenals de vuurkolom die boven de tabernakel in de woestijn hing, dat letterlijk andere lichtbronnen niet meer nodig zijn. Tegenover Gods heerlijkheid verbleekt het licht van zon en maan.

11

Wie hebben er toegang tot dit nieuwe Jeruzalem (Hebr 12:22-24)?

Antwoord:
Hebr 12:22  – tienduizendtallen van engelen
Hebr 12:23 – de feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn
Hebr 12:23 – de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen.
De laatste groep zou o.a. kunnen duiden op `de volken’, die alsnog gered zijn, omdat ze niet zijn meegegaan in de opstand van Gog en Magog die in Opb. 20:8 worden genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden van veel van deze vragen kan je ook vinden op de site van Het Zoeklicht, in het bijzonder de artikelen geschreven door Ds. Theo Niemeijer.